Oorsprong

Owczarek betekent in het Nederlands niet herdershond, maar is het verkleinwoord van Owczar = schapenhoeder, -fokker of -herder en betekent zoveel als ‘kleine schapenhoeder’, ‘herdertje’ of ook wel ’schapenjongen’.
Een Polski Owczarek Podhalański, vertaald in het Nederlands, is dus een Poolse Herder uit Podhale.

De Tatrahond behoort tot de groep herdershonden en wel tot de berg- of wachthonden De grote krachtige honden, met hangende oren, die voorzien zijn van een natuurlijke zware dikke vacht, waarmee ze het tegen iedere weersgesteldheid en tegenstander kunnen opnemen.
Deze herdershonden zijn er al sinds mensenheugenis, maar alleen in de regio’s van het Eurasiatische hooggebergte, van de Pyreneeën in het westen tot aan de Himalaya in het oosten. Zo ontstonden door de jaren heen verscheidene regionale hondenrassen. Hoe verschillend zij er ook uitzien, hun werk was en is overal hetzelfde. Ze hoeden (=jagen) niet op bevel van de herder, een enkel schaap van hier naar ginder, maar trekken mee! Zij accepteren de kudde, waarin ze zijn opgegroeid, als hun roedel, die ze steeds volgen en bewaken. Ze verdedigen hun roedel door dik en dun.
De zilvergrijze hond voor de geiten (Sarplaninac), een bontgekleurde voor de koeien (Berner Sennenhond), de zwarte hond voor de jaks (Tibetaanse Mastiff), goudblonde voor gevlekte geiten en schapen (Cao Estrela) en de witte honden voor de schapen (Pyreneese berghond, Kuvasz, Berghond van de Maremmen en Abruzzen, Slovensky Cuvac, Tatrahond).

Waarom een deel van de herdershonden mogelijk wit waren, verklaart de Zwitser Conrad Gesner: “De vee- of schapenhond moet sterk, krachtig, moedig en brutaal zijn, een ontzagwekkende jank en blaf hebben en de kleur die hetzelfde is als de schapen. Daardoor zal het vee of de schapen niet van hem schrikken. De wolf hem niet herkennen tussen de schapen. De herder hem niet voor een wolf aanzien en doden.”

Zo ontstonden door de jaren heen verscheidene regionale hondenrassen in het Eurasiatische berglandschap. Hoe verschillend zij er ook uitzien, hun werk was en is overal hetzelfde. Ze hoeden (=jagen) niet op bevel van de herder, een enkel schaap van hier naar ginder, maar trekken mee! Zij accepteren de kudde, waarin ze zijn opgegroeid, als hun roedel, die ze steeds volgen en bewaken. Ze verdedigen hun roedel door dik en dun.

Oorspronkelijk kwam de hond met de nomaden mee die zich vestigden in de omgeving van het Tatragebergte waar de berghellingen en dalen (Podhale) gebruikt werden om hun grote kudden te laten grazen. Deze grote witte honden waren de voorvaderen van onze Tatrahond. De honden waren met name, en zijn nog steeds, in de gebieden waar wolven, bruine beren en lynxen woonden, grote helpers van de herder en een voorwaarde voor deze vorm van veehouderij in het gebied. Honden hebben niet alleen een onvoorstelbaar beter reukvermogen als de mens, ze hebben ook een ontzettend goed gehoor en kunnen daardoor ook in het donker nog waarnemen.

De herders van de Hoge Tatra zijn zeer trots op hun honden die sterk, wendbaar en intelligent genoeg zijn om een bruine beer op de vlucht te jagen en een troep wolven de buit af te nemen.